Begrippenlijst

  • AD(H)D: aandacht (hyper)tekort stoornis
  • Associatief denken bij beelddenkers:
    middels het zintuiglijk voorstellingsvermogen kan de denker relaties “zien” en daar conclusies aan verbinden die voor een buitenstaander soms maar moeilijk te begrijpen zijn: het flipperkast effect.
  • Auditieve attuning: het gehoor volledig richten en afstemmen op datgene wat klinkt.
  • Autisme: onvoldoende zelfbewustzijn en een te hoge gevoeligheid voor de omgeving.
  • Beeld denken: Gedachten ontstaan middels het ruimtelijk voorstellingsvermogen. Doordat de beelden drie- tot meerdimensionaal kunnen zijn, geven zij de denker de mogelijkheid om er vanuit alle kanten naar te kunnen kijken en binnen te bewegen.
    Gedachten die op deze wijze ontstaan, zijn dikwijls moeilijk te verwoorden, aangezien zij vaak van een holistische structuur zijn.
    Daarnaast wordt deze gedachtevorm gekenmerkt door een extreem hoge snelheid waarin de gedachtebeelden in elkaar over kunnen gaan.
    Meer over beelddenken
  • Bi-sociatie: Het waarnemen van een situatie of idee in twee op zichzelf logische maar onderling strijdige referentiekaders of associatieve contexten. We zouden het een botsing van twee mentale holons kunnen noemen, waarvan elk beheerst wordt door zijn eigen regels. Vaak grondgedachten van humor. (cryptogrammen)
  • Causaal / logisch denken: de gedachtegang volgt een traject binnen de structuur van tijd, oorzaak en gevolg en is doorgaans eenvoudig en logisch te verwoorden.
  • Confluentie: letterlijk: samenvloeien. Binnen het onderwijs: informatie aanleveren middels de verschillende zintuigen.
  • Desoriëntatie: het verlies van plaats- of richtingsgevoel ten opzichte van andere dingen; een geestestoestand waarbij de mentale waarnemingen niet overeen komen met de ware feiten en toestanden in de omgeving. Bij sommige mensen is dit een automatische reactie op verwarring. Bij desorientatie verandert de waarneming.
  • Dyslexie: hardnekkige problemen met lezen en schrijven.
  • Dyscalculie: problemen met rekenen met als voornamelijke oorzaak het niet kunnen omgaan met symbolen.
  • Dysgrafie: een onleesbaar handschrift hebbend.
  • Focus: de aandacht volledig richten (visueel scherp stellen) op dat gene waar men mee bezig is.
  • Hypersensitiviteit: mensen die overgevoelig zijn voor non-verbale en/of intuitieve informatie.
  • Luisteren: de vaardigheid om ons gehoor, en de positie van ons lichaam zo af te stemmen dat we belangrijke informatie kunnen ontvangen en tegelijkertijd niet ter zake doende informatie, buiten kunnen sluiten (afscherming).
    Wanneer wij gaan lezen, moet ons gehoor daarnaast ook nog met onze ogen samen gaan werken (focus). Luisteren werkt daardoor naar twee kanten: van buiten naar binnen (ontvangend luisteren) en van binnen naar buiten (expressief luisteren). Deze twee manieren vullen elkaar niet alleen aan maar werken onderling ook samen.
  • Mind’s eye (=verbeeldingsoog): dat wat naar de beelden in de geest kijkt. Het Mind’s eye is dat wat naar onze verbeelding kijkt. Je zou het kunnen vergelijken met een vliegende camera.
  • Oor:

- Trommelvlies, gehoorbeentjes en slakkenhuis
Voor ons gehoor (= ontvangen en registreren van trillingen via de lucht) zijn wij afhankelijk van ons trommelvlies, gehoorbeentjes en het slakkenhuis.

Hiermee kunnen we:

  • geluid ontvangen
  • gericht luisteren
  • gevaar registreren
  • nuances in geluiden bemerken
  • spraak herkennen
  • intonaties interpreteren
  • onze eigen stem corrigeren bij spraak en zang

- Orgaan van Corti
Het  orgaan van Corti wordt ook wel het evenwichtorgaan genoemd.

De functie van ons evenwichtorgaan is:

te helpen bij:

  • het bewaren van ons evenwicht
  • het registreren van langzame trillingen ( bv. In de lift en auto)
  • het aansturen van onze motoriek en haar coördinatie
  • waaronder die van onze oog/hand coördinatie bij lezen en schrijven

Beide organen staan direct met elkaar in contact,  overlappen elkaar gedeeltelijk in functie en werken dien ten gevolge nauw met elkaar samen.

Een voorbeeld van nauwe samenwerking tussen gehoor en evenwicht.
Wanneer wij schrijven, moeten ons (innerlijk) gehoor, onze oogbewegingen en onze arm- en hand motoriek nauwkeurig op elkaar afgestemd zijn.

  • Oriëntatie: het zichzelf in de juiste positie ten opzichte van de ware feiten en omstandigheden positioneren; een geestelijke toestand waarbij de mentale waarnemingen overeenkomen met de ware feiten en toestanden in de omgeving.
  • Spraakproblemen: slechte articulatie, problemen met spraakklanken, stotteren.
  • Trigger(-woord): alles wat desorientatie veroorzaakt; meestal een woord of een symbool waarvan de betrokkene geen volledig of nauwkeurig concept heeft. Het woordje ‘de’ is vaak een ‘trigger’-woord.
  • Virtual reality: een door een computer gesimuleerde omgeving die men door een speciale bril waar kan nemen.
  • Zintuigen:
    1 gezichtsvermogen (ogen)
    2 gehoor (oren)
    3 evenwicht (oren)
    4 reukzin (neus)
    5 tastzin (huid)
    6 thermoceptie (huid: temperatuur)
    7 nociceptie (huid: waarnemen van beschadiging of dreigende beschadiging van het weefsel)
    8 proprioceptie (lichaamsbewustzijn: het ervaren van de buitenwereld middels, evenwicht, pezen en spieren)