Muziek in relatie tot taal en rekenen

Door Fleur van de Polder- Paton.mei 1996

Geruime tijd ben ik binnen het lager- als ook binnen het middelbaar onderwijs werkzaam geweest als docente schoolmuziek. Gedurende deze periode zijn mij verscheidene zaken opgevallen. Om te beginnen binnen de middelbare school waar ik aan verbonden was:

Grillig cijferbeeld
Omdat op deze school het vak muziek als eindexamenvak gekozen kon worden, telde het rapportcijfer volledig mee, waardoor er regelmatige toetsing van kennis en vaardigheden plaats moest vinden. Opvallend was, dat er leerlingen waren die voor verschillende muziek-onderdelen erg uiteenlopende scores behaalden. Was dit toeval of had het met iets anders te maken? Ik besloot de cijfers onder te verdelen in:

  1. Maatgevoel: maatslag, periodebesef en ritme.
  2. Melodisch inzicht: tonica en dominant, gevoel voor frasering en vorm.
  3. Zuiverheid bij zang: toonovername, hoog en laag.
  4. De cognitieve kennis: gewone leerstof waaronder muziekgeschiedenis en symboolkennis van het notenschrift.

(De nummers 1, 2 en 3 staan voor het muzikale gedeelte; nummer 4 het leer gedeelte) Het rapportcijfer werd samengesteld uit een combinatie van de categorie 1, 2 en 3 aan de ene kant, en nummer 4 aan de andere kant. Op deze manier viel er voor iedereen een voldoende te behalen, zelfs wanneer de leerling bij wijze van spreken stok doofgeweest zou zijn. Mijn uitgangspunt was: motivatie en stimulering; muzikaal talent mocht in je voordeel werken maar het ontbreken ervan nooit in je nadeel. Daarom kon men voor de punten 1,2, of 3 nooit minder dan een 6 behalen. De leerlingen wisten ook dat een 6 eigenlijk niet voldoende was.
Voor gewoon leerwerk en gedrag, nummer 4, kon men wel onvoldoende scoren. Al spoedig bleek op rapportvergaderingen dat mijn verkregen cijferbeeld van de leerlingen een heel duidelijke overeenkomst vertoonde met de cijfers van de overige vakken: een  leerling die bij mij laag scoorde op de punten een en twee ( maatgevoel en melodisch inzicht) had vaak ook lage cijfers voor wiskunde. Dat dit niet zo verbazingwekkend is spreekt voor zich. Maat-, ritme- en vormgevoel hebben direct met wiskundig inzicht te maken aangezien we niets anders doen dan het spelen met tijdsverdeling door deze te ordenen.
Zelfs brugklassers die bij wiskunde nog hoog scoorden maar bij mij zwak stonden voor punt 1 (een zesje), bleken op den duur op dit vak onderuit te gaan. Wel of niet zuiver kunnen zingen gaf weer inzicht in taalaanleg en vooral op gebied van uitspraak (het gehoor).

Bij pakket- en niveaukeuze kon men, gezien de cijfernormering niet veel meer doen dan de leerling doorlaten; de praktijk wees echter meestal uit dat de kans van halen of falen voor mij al vrij voorspelbaar was aan de hand van de muziekcijfers.

ADHD en ADD
Pas op de basisschool viel mij op dat aan de hand van maatgevoel (te snel, te langzaam of onregelmatig bij het volgen van het metrum) vaak weer een overeenkomsten met het gedrag van de leerling in de klas te vinden waren: de te snellen vertoonden nogal eens hypergedrag, de te trage een hypogedrag.
Bij navraag, bleek tevens dat er ook hier weer, een relatie met de rekenvaardigheden bestond. Daar staat weer tegenover dat er ook een paar gevallen bekend stonden, die als uiterst hyperactief te boek stonden maar die muziekaal uitmuntend presteerden. Deze leerlingen zouden wel eens veel slimmer kunnen zijn dan hun cijferscore zou doen vermoeden!
En dan waren er nog de leerlingen die door faalangst totaal verkrampten maar die bij aanmoediging en ontspanning wel het juiste maatgevoel bleken te hebben.

Constaterend dan wel hoogst vermoedelijk:

  • De leerling is te snel of te langzaam; heeft incorrecte (gedesoriënteerde) tijdsbeleving. Dit kan rekenproblemen geven en/of leiden tot onaangepast gedrag.
  • Leerling heeft goed tijdsgevoel maar slechte reken resultaten. Het kan misschien goed rekenen maar heeft problemen met symbolen.
  • Leerling heeft een goed muzikaal gevoel maar last met de symbolen. Bij rekenen komt hij tot het juiste antwoord maar kan niet logisch onderbouwen hoe hij hieraan  komt (dyslectisch/ beelddenker?).
  • Maar er blijven altijd uitzonderingen overdie de regel bevestigen.

Muziek als regulerend middel

  • Muziek is tijdverdelend dwingend (volgen van maatslag bij muziek) Op energetisch niveau dient men zich aan te passen om samen te kunnen musiceren.
  • Door fysieke pulsen te geven (de maatslag op het lichaam te laten voelen) kan maatgevoel ( tijd-gevoel) gestimuleerd worden. Dit vraagt echter heel veel aandacht, geduld en tijd (vraag de leerling altijd eerst om toestemming of je hem aan mag raken).
  • Muziek kan inzicht brengen in proporties (o.a. breuken) door visualisering van maatslag en ritme (tijd) en door vorm-structuren te tonen of te laten maken (bijvoorbeeld een partituur).

zie: filmpje centraal station Antwerpen gaat uit zijn dak

Taalkundig gedeelte

  • Uitbreiding van de woordenschat door liedtekstbegrip. De woorden en de betekenis van de tekst dienen goed uitgelegd te worden. Zelf illustreer ik vaak met tekeningen op het bord en check door middel van vragen wat ze van de tekst begrepen hebben.
  • Metrum in taal laten ervaren door de leerling zelf teksten bij een melodie te laten verzinnen of een melodie bij een tekst te laten maken.
  • Begrippen als klinkers en medeklinkers: zangteksten steunen op klinkers; een medeklinker klinkt mee met de klinker.
  • Logopedische waarde; wie slordig spreekt is niet te verstaan. Bovendien wordt gezongen tekst uit een ander hersengedeelte aangeleverd dan gesproken taal. Het is gebleken dat sommige spraakproblemen zich soms heel eenvoudig via deze weg laten oplossen.
  • Aanleren van andere spraakklanken middels buitenlandse liedteksten ter verbetering van de uitspraak en de flexibiliteit van de mond en de tong, wat weer ondersteunt bij het aanleren van een nieuwe taal.
  • Sommige kinderen stotteren omdat hun gedachten te snel gaan voor een beperkt medium als spraak. Door te zingen vindt ordening plaats waardoor het stotteren af kan nemen.

Gehoortraining
Om goed te kunnen lezen, wordt er aanspraak gemaakt op ons intern gehoor: simpel uitgelegd, verklanken onze hersenen dat wat wij lezen; hoewel niet hardop uitgesproken, kunnen wij vanbinnen horen wat er geschreven staat. Wie slordig spreekt, omdat hij het woord uitsluitend globaal kent, zal problemen bij het lezen of schrijven kunnen verwachten. Maar ook voor vele beroepen zijn wij afhankelijk van onze oren. Zowel een arts als een automonteur kunnen weinig beginnen zonder een goed gehoor. En ook voor onze non-verbale communicatie zijn wij voor een groot gedeelte afhankelijk van een goede luistervaardigheid om stembuigingen te kunnen interpreteren.

Geheugentraining
Door zingen wordt het geheugen getraind.

Coördinatie tussen de beide hersen-helften
Muziek traint onze beide hersen-helften gelijktijdig, waardoor er in de hersenbalk meer nieuwe zenuw-banen aangemaakt worden.  Nb. Het traditionele muziek materiaal als “Kinderzang en kinderspel” is in uw ogen misschien wat oubollig maar weet exact waar al deze liedjes en hun spelletjes voor dienen.

Conclusie: Het belang van muziekonderricht strekt veel verder dan alleen een leuk vak ter ontspanning; actieve muziekbeoefening ondersteunt het leerproces door haar regulerende en corrigerende werking, en last but not least; het traint het gehoor.
Daarnaast kan men middels het muzikaal gedrag van een leerling veel informatie over zijn mogelijkheden en beperkingen krijgen, waardoor door tijdig ingrijpen vaak nog heel veel te verbeteren valt.

Meer informatie:

  • De auteur en hoogleraar neurologie en psychiatrie, Oliver Sacks doet over dit onderwerp uitgebreid verslag, in zijn boek “Musicofilia”
  • “De neurale klok bij dyslexie” van Werner van den Bergh
  • “Leerproblemen” van Alfred Tomatis en Loic Selluin
  • “Het bewuste oor” van Alfred Tomatis
  • “When listening comes alive” van Paul Madaule

zie ook artikelen “muziek maakt slimmer