37 kenmerken

Algemeen

  • Lijkt schrander, zeer intelligent en helder, maar is niet in staat om op basis-niveau te lezen, te schrijven of te spellen.
  • Wordt bestempeld als lui, dom, onverschillig, onvolwassen of als iemand die niet zijn best doet of gedragsproblemen heeft.
  • Is niet ver genoeg achter of slecht genoeg voor gerichte hulp.
  • Hoog IQ, maar schooltests zijn mager; komt mondeling beter uit de verf dan schriftelijk.
  • Voelt zich dom; heeft weinig zelf-respect; verbergt of camoufleert zwakke kanten met ingenieuze compenserende strategieën; snel gefrustreerd en emotioneel over school, lezen en tests.
  • Aanleg voor kunst, drama, muziek, sport, werktuigkunde, verhalen vertellen, verkopen, zaken doen, ontwerpen, bouw of techniek. Lijkt vaak weg te dromen; verdwaalt gemakkelijk en verliest de tijd uit het oog.
  • Heeft moeite aandacht te richten; is hyperactief of een dagdromer.
  • Leert het best door concrete ervaring, demonstraties, uitproberen, observatie en visuele hulpmiddelen.

Zien, Lezen en Spellen

  • Klaagt over duizeligheid, hoofdpijn of maagpijn tijdens het lezen.
  • Raakt verward door letters, getallen, woorden, volgorden of verbale uitleg.
  • Lezen en schrijven worden gekenmerkt door herhalingen, toevoegingen en omkeringen van letter, getallen en/of woorden.
  • Klaagt over het gevoel niet-bestaande bewegingen te zien tijdens het lezen, schrijven of overschrijven.
  • Lijkt problemen met gezichtsvermogen te hebben, alhoewel oogonderzoek geen afwijking aan het licht brengt.
  • Ziet en observeert scherp, of heeft moeite met perspectief en perifeer kijken.
  • Leest en herleest zonder dat het gelezene goed begrepen wordt.
  • Spelt fonetisch inconsequent.

Horen en praten

  • Hoort geluiden harder dan ze zijn; hoort dingen die niet gezegd zijn, dingen die niet door anderen gehoord worden; wordt gemakkelijk afgeleid door geluiden.
  • Heeft moeite gedachten in woorden om te zetten; spreekt stokkend; maakt zinnen niet af; stottert onder spanning;
  • spreekt lange woorden verkeerd uit, of verplaatst zinsdelen, woorden en lettergrepen tijdens het spreken.

Schrijven en Motorische Vaardigheden

  • Heeft moeite met schrijven en overschrijven; heeft ongebruikelijke pengreep; handschrift wisselt of is onleesbaar.
  • Onhandig, ongecoordineerd, slecht in bal- en teamsportten; heeft moeite met subtiele en/of algeheel lichamelijke motoriek; snel bewegingsziek.
  • Kan heel handig zijn. verwart vaak links/rechts en boven/onder.

Wiskunde en Tijdsgevoel

  • Kan niet goed klok kijken; heeft problemen met tijdsindeling, met dingen te leren of te doen die een bepaalde volgorde vereisen en met op tijd zijn.
  • Telt op vingers of gebruikt andere trucjes om berekeningen uit te voeren; kent antwoorden maar kan die niet op papier zetten.
  • Kan tellen, maar niet goed objecten tellen en met geld rekenen.
  • Kan rekenen, maar geen woordproblemen oplossen; heeft moeite met algebra en hogere wiskunde.

Geheugen en kennis

  • Heeft een uitstekend lange-termijn geheugen als het gaat om ervaringen, locaties en gezichten.
  • Kan volgorden niet onthouden, en ook geen niet ervaren feiten en informatie.
  • Denkt voornamelijk met beelden en gevoel, niet met geluiden of woorden (beperkte innerlijke dialoog).

Gedrag, Gezondheid, Ontwikkeling en Persoonlijkheid

  • Buitengewoon wanordelijk of dwangmatig ordelijk.
  • Kan de clown van de groep zijn, een lastig geval, of een zeer stil iemand.
  • Is met betrekking tot bepaalde vaardigheden (praten, kruipen, lopen, veters binden) zeer vroeg of zeer laat.
  • Vatbaar voor oorinfecties; gevoelig voor bepaalde soorten voeding en (chemische) toevoeging.
  • Slaapt heel vast of heel licht; blijft lang bedplassen.
  • Sterk gevoel voor rechtvaardigheid; emotioneel gevoelig; streeft naar perfectie.
  • De symptomen en fouten nemen sterk toe in een toestand van verwarring, onder tijdsdruk, onder emotionele spanning of bij een slechte gezondheid.